Ondernemer

  • Thema's

    Box 2, Ondernemersfaciliteiten, Startups en Scale-ups, Mkb

  • Laatste update

    20:59 uur

Let op: Niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Box 2-tarieven

De voorgestelde bedragen en tarieven voor 2027 zien er als volgt uit voor box 2:

2027
Eerste schijf (tot en met € 69.607,-) 24,5%
Tweede schijf (meer dan € 69.607,-) 31%
Praktische tips

Alleen het grensbedrag tussen de eerste en tweede schijf wordt aangepast. Dit stijgt van € 68.843,- in 2026 naar € 69.607,- in 2027. De tarieven blijven 24,5% en 31%.

Mkb-winstvrijstelling

De mkb-winstvrijstelling blijft 12,7% in 2027.

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt verlaagd naar € 900,- in 2027.

Zelfstandigenaftrek en startersfaciliteiten voor ondernemers wijzigen

Waarom?

Uit de evaluatie blijkt dat de startersaftrek nauwelijks tot meer ondernemerschap leidt, terwijl het urencriterium hoge uitvoeringslasten geeft. Afschaffen per 2027 bleek niet uitvoerbaar; de verlaging naar € 10,- is daarom een tussenstap die de opbrengst grotendeels al in 2027 oplevert.

Er komt geen overgangsrecht. De wijziging geldt dus ook voor ondernemers die vóór 2027 al zijn gestart.

Praktische tips

Houd er rekening mee dat het netto besteedbaar inkomen vanaf 2027 lager kan uitvallen, ook als de brutowinst gelijk blijft. Neem dit mee bij de beoordeling van de betaalbaarheid.

Heeft de klant toeslagen? Controleer dan of het hogere verzamelinkomen gevolgen heeft voor de voorschotbeschikking en pas het geschatte inkomen zo nodig aan.

Meewerkaftrek en stakingsaftrek eerst fors verlaagd, daarna afgeschaft

Voorgesteld wordt de meewerkaftrek en de stakingsaftrek in de inkomstenbelasting eerst met 75% te verlagen. Drie jaar later worden beide aftrekposten volledig afgeschaft. 

Het kabinet beoogt de verlaging per 1 januari 2027 te laten ingaan. Het wetsvoorstel treedt echter in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij invoering per 1 januari 2027 vervallen beide aftrekposten per 1 januari 2030. 

Meewerkaftrek naar aantal meegewerkte uren

Na de verlaging bedraagt de meewerkaftrek voor de ondernemer van wie de partner meewerkt in de onderneming: 

  • bij minder dan 525 meegewerkte uren: geen aftrek; 
  • bij 525 tot 875 uur: 0,313% van de winst; 
  • bij 875 tot 1.225 uur: 0,5% van de winst; 
  • bij 1.225 tot 1.750 uur: 0,75% van de winst; en 
  • bij 1.750 uur of meer: 1% van de winst. 

Maximale stakingsaftrek naar € 908,-

De maximale stakingsaftrek voor ondernemers die hun onderneming staken, wordt verlaagd van € 3.630,- naar € 908,-. Drie jaar na de verlaging wordt de stakingsaftrek volledig afgeschaft. 

Praktische tips

Gaan de plannen van het kabinet door, dan daalt het netto besteedbaar inkomen van ondernemers met een meewerkende partner. Reken hier voorzichtig mee bij hypotheek- en planningsadvies en leg vast dat de maatregel nog niet definitief is.

Verdwijnt de meewerkaftrek, dan kan een reële arbeidsbeloning voor de partner interessanter worden. De partner bouwt dan eigen inkomen op, wat meetelt bij hypotheek, pensioen en arbeidsongeschiktheid.

De verlaging van de stakingsaftrek gaat in bij koninklijk besluit, dus de datum staat nog niet vast. Wees daarom terughoudend met advies over het moment van bedrijfsbeëindiging.

Aftrekpercentage energie-investeringsaftrek vanaf 2027 naar 45,5%

Het kabinet stelt voor om het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 te verhogen van 40% naar 45,5%. De EIA is een eenmalige aanvullende aftrekpost op de winst voor investeringen in aangewezen energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie.

Door de verhoging kan een ondernemer vanaf 2027 een groter deel van het investeringsbedrag aanvullend ten laste van de winst brengen. Hierdoor neemt het netto fiscale voordeel toe van een investering die voor de EIA in aanmerking komt.

Praktische tips

Het kabinet wil het aftrekpercentage pas per 1 januari 2027 verhogen. Bespreek met je klant of het mogelijk loont een geplande investering nog even uit te stellen. Let wel op: beslissend is het moment waarop hij de verplichting aangaat, niet de betaling of ingebruikname.

De EIA geldt alleen voor bedrijfsmiddelen op de Energielijst. Die lijst wijzigt jaarlijks, dus controleer of de investering ook in 2027 nog kwalificeert.

Je klant moet de investering zelf binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting melden bij de RVO. Te laat melden betekent geen aftrek, ook niet als het kabinetsvoorstel doorgaat. Leg vast dat je hem hierop hebt gewezen.

Aanmerkelijk belang in box 2 bij excessief lenen en zetelverplaatsing

Voor aanmerkelijkbelanghouders worden twee technische wijzigingen voorgesteld.

Vererfd aanmerkelijk belang en excessief lenen (per 1 januari 2027)

Erft iemand een aanmerkelijk belang en heeft hij een schuld aan de vennootschap boven € 500.000,- (bedrag 2026)? Over dat meerdere wordt een fictief regulier voordeel belast. De faciliteit voor een vererfd aanmerkelijk belang kan daarop niet meer worden toegepast.

Er volgt dus direct box 2-heffing, maar latere dubbele heffing wordt voorkomen. Voor échte winstuitkeringen binnen 24 maanden na overlijden blijft de faciliteit gewoon gelden.

Verkrijgingsprijs bij zetelverplaatsing

Verplaatst een vennootschap haar werkelijke leiding naar Nederland en ontstaat daardoor buitenlandse belastingplicht voor de in het buitenland wonende aanmerkelijkbelanghouder? Dan wordt de verkrijgingsprijs vastgesteld op de waarde in het economische verkeer op dat moment. Alleen de waardeontwikkeling daarna is in box 2 belast.

Was die houder voor dit belang eerder buitenlands belastingplichtig, dan geldt dit niet: uitgangspunt is dan de tegenprestatie bij verkrijging (meestal de historische kostprijs). Lagere regelgeving regelt wanneer die prijs toch omhoog mag.

Praktische tips

Heeft een klant een aanmerkelijk belang én een hoge schuld aan de eigen vennootschap? Houd er bij de estate planning rekening mee dat een erfgenaam vanaf 2027 mogelijk direct box 2-belasting moet betalen zonder dat daarbij geld vrijkomt. Een dividenduitkering binnen 24 maanden kan dat oplossen; bespreek dit tijdig.

Aandelen en opties bij startups en scale-ups gunstiger belast

Doel

De minister van Financiën en de minister van Economische Zaken en Klimaat willen met dit wetsvoorstel het Nederlandse vestigings- en ondernemingsklimaat voor startups en scale-ups aantrekkelijker maken. Dat doen zij door de fiscale behandeling van startups, scale-ups en hun werknemers aan te passen.

Definitie startup en scale-up

Een onderneming is een startup of scale-up als zij gericht is op snelle groei en een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel gebruikt dat voortvloeit uit innovatie. Daarnaast mogen de aandelen of winstbewijzen niet op een gereguleerde markt worden verhandeld. Ook mag niet meer dan 25% van de aandelen of winstbewijzen direct of indirect worden gehouden door een beursgenoteerd lichaam.

Twee begrippen zijn wettelijk ingevuld:

  • Van innovatie is sprake bij het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten, processen of technologieën, met technische vernieuwing of significante functionele verbetering ten opzichte van de bedrijfstak.
  • Een verdienmodel is schaalbaar en herhaalbaar als de onderneming de omzet snel kan laten groeien zonder lineair meer mensen, middelen of kosten in te zetten, dankzij technologie met lagere marginale kosten en schaalvoordelen.
Gevolg definitie

De eerder aangekondigde aanpassing van de definitie van startende ondernemingen in box 3 is niet meer in dit wetsvoorstel opgenomen. Het kabinet neemt meer tijd voor de besluitvorming over het toekomstige box 3-stelsel.

Voorwaarden voor het bedrijf

Het bedrijf moet een beschikking hebben van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarin staat dat het een startup of scale-up is. Verder gelden deze punten:

  • De beschikking geldt acht jaar. Verlengen kan drie keer met telkens vijf jaar.
  • In de voorwaarden moet staan dat de aandelen die door uitoefening van de optie worden verkregen, niet eerder dan twee jaar na toekenning van de optie mogen worden verkocht. Een uitzondering geldt bij een eerdere verkoop of beursgang van de onderneming.
  • De regeling geldt in beginsel voor ondernemingen die voldoen aan de Europese mkb-definitie. Voor andere ondernemingen kan de regeling onder voorwaarden toch gelden als het de-minimisplafond niet wordt overschreden. Dit plafond bedraagt € 300.000,- over een periode van drie jaar.
  • Stopt de beschikking? Dan gelden weer de gewone regels. De korting blijft dan gelden voor het deel van de tijd dat het bedrijf een startup was. Soms moet er op dat moment al belasting worden betaald.
Beschikkingssystematiek

De RVO geeft namens de minister van Economische Zaken en Klimaat een beschikking af die voor fiscale doeleinden kan worden gebruikt. Het fiscale voordeel van de aandelenoptieregeling wordt vervolgens verwerkt in de loonheffing.

Fiscale stimulering medewerkersparticipatie

Het voordeel uit aandelenopties bij startups en scale-ups wordt fiscaal aantrekkelijker behandeld, via aanpassing van de Wet LB 1964. Het doel is om de belastingheffing op aandelenopties meer in lijn te brengen met Europese startuplanden als het Verenigd Koninkrijk en Zweden, zodat deze bedrijven ook in Nederland talent kunnen aantrekken en behouden.

Hoofdlijnen fiscale regeling medewerkersparticipatie

Het inkomen uit aandelenopties van werknemers van startups en scale-ups wordt lager belast en de heffing wordt in beginsel uitgesteld. Twee maatregelen staan centraal: een lagere loonheffing en, als hoofdregel, uitstel van heffing van loon- en inkomstenbelasting tot het moment waarop de door uitoefening verkregen aandelen daadwerkelijk worden verkocht.

Moment belastingheffing

Het moment van belastingheffing verschuift. Nu betaalt de werknemer belasting zodra de aandelen verhandelbaar worden. Straks in beginsel pas bij verkoop van de aandelen.

Lagere loonheffing

De grondslag daalt. Van het voordeel telt maar 65% mee als loon. Het voordeel is in beginsel de opbrengst min de uitoefenprijs. Daardoor komt de fiscale druk bij toepassing van het hoogste box 1-tarief uit op ongeveer 32%. Dat lijkt op de heffing in box 2.

De grondslagversmalling geldt alleen voor zover de waardeontwikkeling boven de waarde in het economische verkeer van de onderliggende aandelen op het moment van toekenning uitkomt.

Keuze voor een eerder moment

De werknemer mag ook kiezen voor belasting op een eerder moment. Dat kan bij het uitoefenen van de optie. Of op het moment dat de aandelen verhandelbaar worden.

Kiest de werknemer voor een eerder moment? Dan geldt de lagere grondslag van 65% nog steeds.

Verkoopt de werknemer eerst de optie zelf, dus vóór uitoefening? Dan geldt de korting niet en is het hele voordeel belast.

Uitdiensttreding geen heffingsmoment

Uitdiensttreding van een deelnemende werknemer is geen heffingsmoment. Ook voor de oud-werknemer vindt belastingheffing pas plaats bij vervreemding van de aandelen.

Schriftelijke instemming inhoudingsplichtige bij verkoop

In de aandelenoptieovereenkomst moet worden vastgelegd dat de inhoudingsplichtige voorafgaand aan de verkoop schriftelijk instemt met de verkoop. Deze goedkeuring wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen drie partijen: de werknemer/aandeelhouder, de inhoudingsplichtige en de koper. Zo kan de inhoudingsplichtige op het verkoopmoment de verschuldigde loonbelasting inhouden en afdragen, ook bij een voormalig werknemer.

Samenloop met lucratiefbelangregeling en aanmerkelijk belang

Aandelen of aandelenoptierechten in een startup of scale-up die kwalificeren als lucratief belang, vallen niet onder de nieuwe aandelenoptieregeling. De regeling geldt ook niet als de werknemer vóór of na de toekenning van de aandelenopties een aanmerkelijk belang heeft.

Overgangsrecht

De nieuwe regeling kan ook gelden voor aandelenopties die op of na 17 april 2025 zijn toegekend en op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken. De opties moeten wel aan de voorwaarden van de nieuwe regeling voldoen. Voor deze gevallen moet de vereiste beschikking uiterlijk op 31 december 2027 zijn aangevraagd.

Praktische tips

Het kabinet wil het moment van belastingheffing verschuiven naar de verkoop van de aandelen. Heeft je klant nu al aandelenopties? Bespreek dan dat uitoefenen en direct verkopen vóór 2027 mogelijk ongunstiger uitpakt. Gaan de plannen door, dan tellen volgens het voorstel ook opties mee die zijn toegekend op of na 17 april 2025 en die de loonsfeer nog niet hebben verlaten.

Als het wetsvoorstel ingaat, telt straks 65% van het voordeel mee als loon. Dat betekent bij verkoop alsnog een flinke afrekening in box 1, die ook doorwerkt in het toetsinkomen voor toeslagen en alimentatie. Leg vast dat je klant hier geld voor reserveert.

Toegang tot mkb-financiering wordt verruimd

Het kabinet wil de toegang tot financiering voor het mkb verbeteren, vooral voor financieringen tot € 1 miljoen.

De Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) verandert op drie punten:

  • Ook crowdfunders kunnen gebruikmaken van de BMKB;
  • De regeling wordt in 2027 samen met financiers vereenvoudigd, zodat deze beter aansluit op moderne kredietverlening;
  • De BMKB is uitgebreid met onder meer mogelijkheden voor werkkapitaal voor ondernemers die door gestegen prijzen in de knel komen.

Daarnaast worden duurzaamheidsleningen van Qredits extra gestimuleerd. De rentekorting op deze leningen wordt verder verhoogd en in 2027 komt hiervoor € 15 miljoen extra beschikbaar uit het Klimaatfonds.

Praktische tips

De BMKB vraagt je klant niet zelf aan. Wijs hem erop dat hij de financier vraagt om de borgstelling. Gaan de plannen van het kabinet door, dan kan dat mogelijk ook via een crowdfundingplatform.

De borgstelling beschermt de financier, niet je klant. De ondernemer blijft aansprakelijk en betaalt provisie over het geborgde deel. Leg vast dat je dit hebt besproken.

Het kabinet wil de rentekorting op duurzaamheidsleningen van Qredits verhogen vanaf 2027. Bespreek of het loont de besluitvorming af te wachten.

Zelfstandigenwet

De Zelfstandigenwet moet duidelijker maken wanneer iemand werknemer of zelfstandige is. Het kabinet wil ook de verschillen tussen contractvormen verkleinen en schijnzelfstandigheid beter aanpakken.

Het wetsvoorstel moet voor de zomer van 2027 naar de Tweede Kamer.

Overige thema's

Belasting

Belasting

Sociale Zekerheid

Sociale Zekerheid

Ondernemer

Ondernemer

Pensioen

Pensioen

Niets missen rondom jouw vakbekwaamheid?

Meld je dan aan voor onze Vakbekwaamheidsupdate.

Aanmelden