Door de tweede nota van wijziging wordt een aantal punten aangepast en verduidelijkt in de Wet toekomst pensioenen. Hierin staan een aantal verduidelijkingen van eerder gepubliceerde conceptwetteksten, maar ook een aantal nieuwe onderwerpen.
Tweede Nota
Bij een variabele pensioenuitkering kunnen financiële meevallers of tegenvallers ontstaan, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van de levensverwachting. Door een aanpassing van de wet wordt mogelijk gemaakt dat tegenvallers door een risicodelingsreserve kunnen worden ondervangen. Bij de solidaire premieovereenkomst bestaat die mogelijkheid al, namelijk via de solidariteitsreserve.
De voortzetting van de dekking voor partnerpensioen na het einde van deelname aan een pensioenregeling wordt uitgebreid met de voorzetting van de dekking voor het wezenpensioen.
Het overgangsrecht is uitgewerkt voor premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid. Het overgangsrecht kan gelden als de premievrije voortzetting wordt uitgevoerd door een verzekeraar of door een PPI. Deze premievrijstelling mag worden voortgezet onder de regels van de oude regeling. Dit komt door de vordering die de arbeidsongeschikte heeft op de verzekeraar.
De voorwaarden om onder het overgangsrecht te vallen zijn:
- De premievrijstelling door arbeidsongeschiktheid moet al zijn ingegaan.
- De verplichtingen van de verzekeraar en de premierechten van de arbeidsongeschikte staan al vast.
- De premievrijstelling kan niet worden aangepast zonder instemming van de werkgever, arbeidsongeschikte en verzekeraar.
De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid door een verzekeraar mag ook worden voorgezet vanaf de ingangsdatum van het nieuwe pensioenstelsel volgens de regels die golden op de eerste dag dat de premievrijstelling werd toegekend. Dit geldt zowel bij een uitkeringsovereenkomst als bij een kapitaalovereenkomst of premieovereenkomst. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
- Zowel de eerste ziektedag als ook het doorlopen van de wachttijd van meestal 104 weken vonden plaats toen de pensioenovereenkomst nog werd uitgevoerd onder het oude pensioenstelsel.
- De premievrije voortzetting door arbeidsongeschiktheid moet zijn ingegaan voordat de verzekeraar overgaat op het nieuwe pensioenstelsel.
Was de eerste ziektedag voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en gaat de zieke deelnemer uit dienst in het oude pensioenstelsel? Vindt toekenning van de premievrijstelling pas later plaats, maar voor 31 december 2028? Dan vindt het doorlopen van de wachttijd (van vaak 104 weken) ook plaats na de uitdiensttreding. Was de werkgever bij uitdiensttreding nog niet overgegaan op het nieuwe pensioenstelsel? Dan mag de premievrijstelling toch worden voortgezet onder de oude regels.
Wordt een deelnemer arbeidsongeschikt in het nieuwe pensioenstelsel en ontvangt de deelnemer premievrijstelling? Ook dan geldt het fiscale maximum van 30%. De inleg van de premie zal in de toekomst meebewegen met deze maximale premie door een aanpassingsmechanisme door de premievrijstelling. Dit nieuwe wettelijke aanpassingsmechanisme voor verzekeraars werkt twee kanten op: bijstelling van de premie kan plaatsvinden naar boven en naar beneden.
De regels over keuzebegeleiding gelden ook voor arbeidsongeschikten waarvan het pensioen in de tweede pijler premievrij is gesteld door de regels van het overgangsrecht.