Hulp nodig?
Neem dan gerust contact met ons op via 010 - 760 11 00 of support@lindenhaeghe.nl.
Terug

Derde Nota

Derde Nota van wijziging Wet toekomst pensioenen

Door de derde nota van wijziging is een aantal punten aangepast en verduidelijkt in de Wet toekomst pensioenen.

Aanpassingen in het fiscaal kader

Door het uitstel van de wet naar 1 juli 2023 zijn onder andere de volgende bepalingen aangepast:

  • De verruiming van het fiscale kader van de derde pijler geldt sinds 1 januari 2023. De verruiming geldt namelijk met terugwerkende kracht. Dit betekent dat over geheel 2023 met het hogere percentage van 30% gerekend mag worden in plaats van 13,3%.
  • Harmonisatie van het AOW-drempelbedrag in de tweede en derde pijler is ingegaan sinds 1 januari 2024. Dit betekent dat dezelfde AOW-franchise gaat gelden in de tweede pijler als in de derde pijler. Door de invoering van de wet halverwege het jaar zou de berekening van de fiscale ruimte in de tweede en derde pijler onnodig moeilijk worden. Daarom is de aanpassing van de AOW-franchise in de derde pijler ingegaan sinds 1 januari 2024.
Evenwichtige overstap

Een pensioenfonds moet de belangen van alle deelnemers, namelijk gewezen deelnemers, uitkeringsgerechtigden en verschillende leeftijdsgroepen meenemen bij het opstellen van een overbruggingsplan. Hierdoor ontstaat een evenwichtige overstap.

In de volgende onderdelen worden verdere regels gesteld aan een evenwichtige overstap van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel. Hierbij wordt standaard uitgegaan van de wens om in te varen.

  • Een pensioenfonds moet een dekkingsgraad van minimaal 90% hebben om oude pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen te kunnen invaren. Heeft een pensioenfonds een lagere dekkingsgraad? Dan moet het pensioenfonds de pensioenrechten of pensioenuitkeringen korten voor het invaren, om hiermee een dekkingsgraad van 90% te bereiken. Aanvullend gelden de volgende invaarregels:
    • Iedere belanghebbende krijgt minimaal 95% van de uitkomst van de standaardregel mee bij het invaren, behalve als de technische voorziening voor die belanghebbende lager is. De ondergrens is dus 95% of de hoogte van de lagere technische voorziening.
    • Daarnaast geldt bij een dekkingsgraad van onder de 105% dat maximaal 5% van het collectieve pensioenvermogen mag worden gebruikt voor compensatie, solidariteits- of risicodelingsreserve of voor al ingegane pensioenuitkeringen.
    • Een pensioenfonds mag niet de pensioenuitkering van een deelnemer indexeren tijdens het invaren door een pensioenuitkering van een andere deelnemer te korten.
  • Kiest het pensioenfonds voor invaren? Dan moet de berekening worden gebaseerd op de standaardmethode bij het omrekenen van de oude naar de nieuwe pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen. Een pensioenfonds mag hiervan alleen afwijken als uit een uitgebreide onderbouwing blijkt dat de vba-methode evenwichtiger is.
  • Een pensioenfonds moet de pensioenverwachting in de scenario’s optimistisch, pessimistisch en verwacht scenario inzichtelijk maken en deze betrekken bij de besluitvorming. Dit moet het pensioenfonds doen door de uitkomsten tussen het oude en het nieuwe pensioenstelsel te vergelijken volgens deze scenario’s.
Standaardregel

De standaardregel is een methode. Deze methode gaat worden gebruikt om het collectieve vermogen van een pensioenfonds om te zetten naar individuele pensioenvermogens. Deze methode houdt rekening met overschotten en tekorten in een periode van maximaal 10 jaar. Wordt een pensioenuitkering pas na 10 jaar of langer uitbetaald? Dan wordt aangenomen dat er een volledige verhoging of verlaging van het pensioenbedrag plaatsvindt. Gaat een pensioenuitkering binnen deze 10 jaar in of is deze pensioenuitkering al ingegaan? Dan wordt aangenomen dat de verhoging of verlaging van het bedrag gespreid wordt over maximaal 10 jaar. Bijna gepensioneerden of gepensioneerden hebben hierdoor minder last van een lagere dekkingsgraad.

Aanvalsplan witte vlek

Er komen maatregelen voor werkenden zonder pensioenopbouw. Voor werknemers zonder pensioenopbouw worden maatregelen voorgesteld om vooral de bewustwording te vergoten als de werknemer geen ouderdomspensioen opbouwt. Er wordt nog geen datum genoemd waarop de volgende maatregelen gelden:

  • Werkgevers zijn verplicht om via de loonstrook een melding te tonen als er die maand geen ouderdomspensioen wordt opgebouwd.
  • Op mijnpensioenoverzicht.nl wordt een melding getoond als iemand inlogt en op dat moment geen ouderdomspensioen opbouwt.

Voor zelfstandigen zonder pensioenopbouw worden maatregelen voorgesteld om vrijwillige voortzetting van de pensioenregeling te stimuleren:

  • De maximale duur voor het vrijwillig voortzetten van een pensioenregeling die in loondienst gold, wordt verlengd van 10 naar 15 jaar. Deze verlengde maximale duur wordt gezien als tijdelijke maatregel. Door de ervaringen met deze voortzettingsmogelijkheid, de voorgestelde experimenteerregeling en een verwacht advies van de Stichting van de Arbeid wordt na de transitieperiode beoordeeld hoe pensioenopbouw door zelfstandigen structureel beter kan worden gestimuleerd.
  • De termijn waarbinnen een zelfstandige een verzoek tot vrijwillige voortzetting kan indienen, wordt verlengd van 9 maanden naar 3 jaar.
Regels over partnerpensioen voor ongehuwden aangescherpt

In het huidige pensioenstelsel is het niet vereist dat in een pensioenregeling met partnerpensioen ook aan ongehuwd samenwoners een partnerpensioen wordt aangeboden. Er bestaan nog pensioenregelingen waarbij alleen gehuwden en geregistreerd partners in aanmerking komen voor een partnerpensioen. Met deze nota van wijziging wordt dit gewijzigd.

Wordt in een pensioenregeling partnerpensioen aangeboden? Dan moet dit ook worden aangeboden aan ongehuwd samenwonenden. De pensioenuitvoerder moet door de ongehuwde samenwoners op de hoogte worden gesteld van het ongehuwd samenwonen via een partnerverklaring. Deze mogelijkheid was al eerder in de wettekst opgenomen, maar komt nu terug als een expliciete eis.

Praktische tip

De nieuwe informatieverplichting voor werkgevers die geen ouderdomspensioen hebben toegezegd, veroorzaakt mogelijk een grotere vraag naar nieuwe pensioenovereenkomsten voor werkenden zonder pensioenopbouw. De nieuwe informatieverplichting geldt ook voor perioden van onbetaald verlof, waarbij geen pensioenopbouw plaatsvindt. Er geldt alleen geen informatieverplichting voor werkgevers die heel weinig ouderdomspensioen toezeggen. Hiervoor zal vanuit de pensioenuitvoerders meer aandacht komen door de keuzebegeleiding, bijvoorbeeld als een pensioenregeling de mogelijkheid van individueel pensioenaanvullen of bijsparen kent. Belangrijk is dat de verwachtingen over pensioen duidelijk zijn voor werknemers. De nieuwe regels scheppen meer mogelijkheden om hierover adviesgesprekken aan te gaan die gericht zijn op een goed en fatsoenlijk pensioen, zowel richting werknemers als werkgevers.

Vaak zijn ondernemers in de beginperiode niet of nauwelijks bezig met hun pensioen. Voor werknemers die ondernemer worden, wordt een langere periode voorgesteld om te kunnen kiezen voor vrijwillige voortzetting van de pensioenregeling die hun laatste werkgever toezegde. De periode waarin een ondernemer een pensioenregeling mag voortzetten, wordt ook verlengd, waardoor deze keuze aantrekkelijker wordt. Op dit moment bieden niet alle pensioenuitvoerders vrijwillige voortzetting aan. Wordt deze mogelijkheid opgenomen in de nieuwe pensioenregeling? Dan kunnen werknemers, die hun dienstverband beëindigen om als ondernemer verder te gaan, op een geschikter moment worden benaderd. Bijvoorbeeld voor advies over het vrijwillig voortzetten van de pensioenregeling.

De partnerverklaring is een nieuw document dat door pensioenuitvoerders, eventueel via werkgevers of adviseurs, wordt verstrekt aan ongehuwd samenwonenden. Pas na invullen, ondertekenen en opsturen naar de pensioenuitvoerder kan een ongehuwde partner in aanmerking komen voor een partnerpensioen.

Maakt partnerpensioen onderdeel uit van een pensioentoezegging? Dan zijn ongehuwd samenwonenden standaard ook aanspraakgerechtigde. In het oude stelsel kan deze groep nog worden uitgesloten. Let op de extra eis die wordt gesteld voor de aanmelding van ongehuwd samenwonenden. Dit komt door het feit dat voor deze groep nog geen automatische gegevensuitwisseling kan plaatsvinden tussen pensioenuitvoerders en gemeenten.

Wil je op de hoogte blijven van alle updates rondom het pensioenakkoord?

Meld je dan aan voor onze pensioenakkoord updates.

Aanmelden