Hulp nodig?
Neem dan gerust contact met ons op via 010 - 760 11 00 of support@lindenhaeghe.nl.
Terug

Aangenomen amendementen

Aangenomen amendementen bij Wet toekomst pensioenen

De nieuwe geschilleninstantie wordt blijvend. Dit is wenselijk om een aantal redenen:

  • De nieuwe geschilleninstantie kan een te grote werklast voorkomen voor de rechtspraak.
  • De klachten die de nieuwe geschilleninstantie gaat beoordelen, gaan niet alleen over pensioenklachten tijdens de transitiefase, maar ook over klachten die daarna ontstaan.
  • Er bestaat nog geen vergelijkbare geschilleninstantie voor klachten over pensioenen. De Ombudsman Pensioenen lijkt hierop, maar geeft adviezen die niet bindend zijn.
  • Niet alle pensioenuitvoerders zijn aangesloten bij de Ombudsman Pensioenen, terwijl dit wel geldt voor de nieuwe geschilleninstantie.
Praktische tip

Pensioenuitvoerders zullen moeten wijzen op deze geschilleninstantie in hun pensioenreglement, zodra duidelijk is waarvoor, waar en hoe een klacht kan worden ingediend.

Wijzigingen bij vrijwillig voortzetten partnerpensioen

Het partnerpensioen kan vrijwillig worden voortgezet na einde van de deelname, zodra de standaard uitloopdekking eindigt. Hiervoor is instemming vereist van de gewezen deelnemer. Pensioenuitvoerders sturen vervolgens jaarlijks een brief met de vraag of deze uitloopdekking wel of niet moet worden voortgezet. De pensioenuitvoerders stoppen deze vrijwillige dekking als ze geen reactie ontvangen. Er zullen mensen zijn die zich niet bewust zijn van deze stopzetting, bijvoorbeeld omdat ze de brief verkeerd lezen of niet openen. Daarom worden de gevolgen bij het ontbreken van een reactie gewijzigd van stopzetten naar voortzetten. Hiermee worden schrijnende gevallen voorkomen bij nabestaanden van gewezen deelnemers die in het verleden hebben gekozen voor vrijwillig voortzetten van partnerpensioen.

Daarnaast is geregeld dat gewezen deelnemers minimaal 15 jaar recht hebben om het partnerpensioen op risicobasis vrijwillig voort te zetten. Sociale partners kunnen de vrijwillige voortzetting ook voor een langere periode aanbieden. De gewezen deelnemer kan nog wel zelf kiezen voor een kortere periode.

Praktische tip

De vrijwillige voortzetting van langer dan 15 jaar zal niet door alle pensioenuitvoerders worden aangeboden. Een lange periode van vrijwillige voortzetting veroorzaakt meer administratieve inspanning, meer inspanning in het kader van keuzebegeleiding en een ander tariefgebouw dan bij een maximale periode van 15 jaar. Mogelijk wegen deze nadelen voor pensioenuitvoerders zwaarder dan het voldoen aan een eventuele wens van sociale partners. Is dit een belangrijke wens voor een nieuwe pensioenregeling? Dan is het slim om in een vroeg stadium met de beoogde pensioenuitvoerder in gesprek te gaan over de uitvoering hiervan.

Bevoegdheid tot waardeoverdracht voor tussentijdse omzetting in een vaste pensioenuitkering

In de laatste 15 jaar voor de AOW-leeftijd kan een deelnemer of gewezen deelnemer via de premie-uitkeringsovereenkomst een deel van de pensioenaanspraak omzetten in een vaste uitkering vanaf de pensioendatum. Deze mogelijkheid bestaat volgens het wetsvoorstel alleen bij verzekeraars, niet bij pensioenfondsen en PPI’s. Met dit amendement wordt mogelijk gemaakt dat de PPI een premie-uitkeringsovereenkomst aanbiedt. Een PPI mag geen vaste pensioenuitkering aanbieden. Daarom wordt met dit addendum geregeld dat de waarde van pensioenaanspraken die bij een PPI zijn opgebouwd, tussentijds op verzoek van de deelnemer mogen worden overgedragen aan een verzekeraar. De pensioenaanspraak kan vervolgens omgezet worden in een vaste uitkering vanaf de pensioendatum voordat de pensioendatum is bereikt.

Praktische tip

De mogelijkheid van tussentijdse waardeoverdracht verkleint het verschil tussen pensioenregelingen van PPI’s en verzekeraars. Dankzij deze optie kunnen PPI’s via een samenwerking met een verzekeraar ook premie-uitkeringsovereenkomsten aanbieden. Hierdoor kunnen deelnemers de kosten beter vergelijken van de regelingen van PPI’s en verzekeraars. Bij pensioenfondsen blijft deze contractvorm en ook deze vorm van tussentijdse waardeoverdracht verboden.

Wordt door de waardeoverdracht ook het partnerpensioen geraakt? Dan is instemming vereist van de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen.

Verbetering verplichte uitloopdekking voor nabestaandenpensioen

De uitloopdekking voor het nabestaandenpensioen wordt op twee punten verbeterd:

  • Sociale partners kunnen een uitloopperiode van 6 maanden in plaats van de standaardtermijn van 3 maanden afspreken na einde deelname aan de pensioenregeling.
  • De uitloopdekking voor het nabestaandenpensioen geldt ook als een gewezen deelnemer vanwege ziekte niet in de Werkloosheidswet maar in de Ziektewet belandt. Dit geldt ook als de gewezen deelnemer eerst een uitkering ontvangt door de Werkloosheidswet en daarna door de Ziektewet of vanuit de Ziektewet in de Werkloosheidswet terechtkomt.
Praktische tip

Het verlengen van de standaardtermijn van uitloopdekking van 3 naar 6 maanden zal niet door alle pensioenuitvoerders worden aangeboden. Is dit een belangrijke wens voor een nieuwe pensioenregeling? Dan is het raadzaam om in een vroeg stadium met de pensioenuitvoerders in gesprek te gaan over de uitvoering hiervan. Een adviseur zal alert moeten zijn op wat sociale partners afspreken en welke pensioenuitvoerder dat kan en wil uitvoeren.

Handhaving Uniform Pensioen Overzicht (UPO)

Het UPO blijft bestaan, omdat dit wenselijk is voor de begrijpelijkheid en vergelijkbaarheid van pensioenregelingen.

Monitoring van drie extra onderwerpen

Het kabinet gaat de volgende doelen van het nieuwe pensioenstelsel monitoren:

  • Eerder perspectief op een koopkrachtig pensioen.
  • Het pensioen wordt transparanter en persoonlijker.
  • Het pensioenstelsel sluit beter aan bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.

Het behalen van deze drie doelen is namelijk belangrijk om het vertrouwen van burgers in het pensioenstelsel terug te winnen of te behouden.

Risicodelingsreserve

De risicodelingsreserve mag worden gevuld met premies of bij invaren. Het wordt daarnaast mogelijk gemaakt om de risicodelingsreserve te vullen op een later moment. De inleg in de risicodelingsreserve kan ook uitgesteld worden tot het moment waarop de uitkering ingekocht wordt. Pensioenfondsen krijgen hierdoor meer mogelijkheden om eventuele tegenvallers op te vangen tijdens de uitkeringsfase. Dit is ook mogelijk bij de inkoop van een variabele uitkering.

Praktische tip

Wordt de risicodelingsreserve alleen gevuld met premies? Dan is het moeilijker om te voorkomen dat de uitkeringen lager worden voor bijvoorbeeld jonge deelnemers. Mogelijk storten zij geld in de reserve dat gebruikt wordt om kortingen bij oudere mensen te voorkomen. Ook kan het alleen vullen met premies niet gewenste gevolgen hebben voor deelnemers die willen shoppen en daardoor de reserve niet meekrijgen.

Individuele waardeoverdracht tijdens transitieperiode

Het recht op waardeoverdracht wordt gepauzeerd tijdens een deel van de transitie. Hiermee wordt voorkomen dat het voor de deelnemer toch al ingewikkelde proces nog ingewikkelder wordt.

Zijn beide pensioenuitvoerders nog niet ingevaren of hebben zij aangegeven dat niet te gaan doen? Dan kunnen waardeoverdrachten nog wel plaatsvinden. Zijn beide betrokken pensioenuitvoerders ingevaren? Dan herleeft het recht op individuele waardeoverdracht direct na het invaren.

Praktische tip

Waardeoverdracht heeft voor deelnemers voor- en nadelen. De vernieuwing van het pensioenstelsel is wellicht een goed moment om alle premievrije pensioenaanspraken te inventariseren en waardeoverdracht te overwegen. Tijdig met deze actie starten kan een eventuele opschorting van het individueel recht op waardeoverdracht voorkomen. Hierdoor wordt de waardeoverdracht sneller uitgevoerd en de keuze wellicht gunstig beïnvloed.

Extra communicatie over opbouw, inleg en rendementen bij pensioenfondsen

Pensioenfondsen moeten op het pensioenoverzicht inzicht bieden in de volgende extra gegevens:

  • opbouw vanuit werkgevers- en werknemerspremies;
  • de totale ingelegde premies; en
  • de behaalde rendementen.

Pensioenfondsen worden opgeroepen om de vergelijkbaarheid van de gegevens zo eenvoudig mogelijk te maken. Inzicht in deze gegevens vergroot de vergelijkbaarheid van pensioenregelingen en daarmee het draagvlak.

Verruiming standaardmethode bij invaren voor pensioenfondsen met hoge dekkingsgraad

Pensioenfondsen met dekkingsgraden boven de 110% krijgen extra ruimte om af te wijken van de standaardregel bij indexeren. Voorwaarde hiervoor is dat deelnemers minimaal 95% van de uitkomst van de standaardregel krijgen toebedeeld. Dit geldt nadat eventueel een solidariteitsreserve, een risicodelingsreserve of een compensatiedepot is gevuld.

Praktische tip

Pensioenfondsen met een hoge dekkingsgraad kunnen door deze verruiming nadenken over inhaalindexatie. Dit kan een belangrijke afweging zijn als een deelnemer de keuze heeft om bijvoorbeeld via individuele waardeoverdracht pensioenaanspraken over te hevelen naar een dergelijk pensioenfonds.

Extra tussenevaluaties over halvering witte vlek

Op 1 januari 2028 moet het aantal werknemers dat geen pensioen opbouwt zijn gehalveerd vergeleken met het aantal in 2019. De ontwikkeling van de witte vlek wordt niet alleen in 2025 en 2028 maar ook in 2022, 2024, 2026 en 2027 gemeten. Uiterlijk op 1 oktober van de daaropvolgende jaren wordt door het CBS gerapporteerd over de uitkomsten van de metingen. In 2025 vindt een tussenevaluatie plaats. Wordt de doelstelling mogelijk niet behaald? Dan onderzoekt het kabinet aanvullende maatregelen, waaronder een algemene pensioenplicht.

Uit de eindrapportage in 2028 moet blijken of de doelstelling ten aanzien van de witte vlek is behaald. Zo niet, dan moet de regering aanvullende maatregelen nemen en onderzoekt het kabinet een algemene pensioenplicht.

Ook beleggingsvrijheid mogelijk in premie-uitkeringsovereenkomsten

Aan premie-uitkeringsovereenkomsten wordt de mogelijkheid van beleggingsvrijheid toegevoegd. De beleggingsvrijheid is hiermee hetzelfde als bij een flexibele premieovereenkomst. Een pensioenuitvoerder mag daardoor ook in een premie-uitkeringsovereenkomst aan de (gewezen) deelnemer de mogelijkheid aanbieden om de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen.

Praktische tip

Eerst was beleggingsvrijheid alleen mogelijk via een flexibele premieovereenkomst. Nu ook de beleggingsvrijheid en de daarmee samenhangende zorgplichtbepalingen van artikel 52 PW van toepassing kunnen zijn op premie-uitkeringsovereenkomsten, wordt dit type pensioenregeling aantrekkelijker, omdat deelnemers met en zonder beleggingsvrijheid hiervoor kunnen kiezen.

Maximale toetredingsleeftijd van 21 naar 18 jaar

De startleeftijd voor pensioenopbouw is voor alle pensioenregelingen verlaagd van 21 jaar naar 18 jaar sinds 1 januari 2024. Het verlagen van de toetredingsleeftijd past bij het doel om de witte vlek te halveren en bij het streven naar een gelijkwaardig arbeidsvoorwaardenpakket voor alle werkenden.

Praktische tip

Met name jongeren die vroeg beginnen met werken, verhogen hiermee de kans op een goed pensioen door de langere beleggingshorizon.

De verlaging van de toetredingsleeftijd geldt ook voor pensioenregelingen op basis van het huidige pensioenstelsel. Dat kan een grote extra premiedruk en administratieve last veroorzaken bij werkgevers waar werknemers in dienst zijn in de leeftijdsgroep van 18 tot 21 jaar. Van belang is deze gevolgen op tijd in kaart te brengen en te betrekken bij eventuele andere gewenste of beoogde wijzigingen.

Wachttijd afgeschaft sinds 1 juli 2023

De mogelijkheid van het gebruiken van een wachttijd bij pensioenopbouw is afgeschaft sinds 1 juli 2023. Om de administratieve lasten voor werkgevers die gebruikmaken van uitzendkrachten en voor de pensioenuitvoerders te beperken, blijft een drempelperiode van 8 weken wel toegestaan. Bij een drempelperiode worden deelnemers uit de uitzendbranche na afloop van die periode met terugwerkende kracht alsnog opgenomen in de pensioenregeling.

Praktische tip

Het afschaffen van de wachttijd kan vooral een grote extra premiedruk en administratieve last veroorzaken bij werkgevers waar uitzendkrachten langer dan 8 weken in dienst zijn. Van belang is deze gevolgen op tijd in kaart te brengen en te betrekken bij eventuele andere gewenste of beoogde wijzigingen. Het afschaffen van de wachttijd geldt voor alle soorten werknemers. Voor niet-uitzendkrachten zijn de gevolgen minder groot, maar ook aanwezig.

Uitkeringscollectief in de solidaire premieovereenkomst

In de flexibele premieregeling is een contract mogelijk met individuele opbouw en een collectieve regeling in de uitkeringsfase. Dit maakt het makkelijker om het pensioen voor iedereen gelijk aan te passen. Deze mogelijkheid is voor gepensioneerden ook wenselijk in de solidaire premieregeling.

Het is daarvoor wel nodig om de opbrengsten die elk jaar voor een persoon zijn gereserveerd een beetje aan te passen. Dit zorgt ervoor dat de uitkeringen voor iedereen hetzelfde kunnen zijn. Deze vorm van een collectieve uitkeringsfase is al toegestaan in pensioenen die zijn gebaseerd op de Wet verbeterde premieregeling.

Praktische tip

Het toestaan van een uitkeringscollectief in solidaire premieovereenkomsten maakt deze pensioenvorm meer vergelijkbaar met de flexibele premie-overeenkomst, beter uitvoerbaar en eenvoudiger uitlegbaar.

Wil je op de hoogte blijven van alle updates rondom het pensioenakkoord?

Meld je dan aan voor onze pensioenakkoord updates.

Aanmelden