Pensioenuitvoerders moeten de risicohouding van deelnemers per leeftijdsgroep duidelijk maken in de solidaire premieregeling. De financiële resultaten in de solidaire premieregeling moeten namelijk worden verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen, volgens de risicohouding van de deelnemers. Met de verwachte beleggingsresultaten kan de pensioenuitvoerder beoordelen of deze resultaten gelijk zijn met de risicohouding van deze deelnemers.
Risicohouding en reserves
Voor het duidelijk maken van de risicohouding gelden de volgende regels:
- Een pensioenuitvoerder moet minimaal 1 keer per 5 jaar onderzoek doen naar de risicohouding. Klopt de risicohouding niet vergeleken met de eerdere risicohouding? Dan past de pensioenuitvoerder de risicohouding aan.
- Een pensioenuitvoerder moet ieder jaar toetsen of het beleggingsbeleid en de verdeelregels nog steeds passen bij de risicohouding. Past dit beleggingsbeleid en de verdeelregels niet meer bij de risicohouding? Dan moet de pensioenuitvoerder aanpassingen doen in het beleggingsbeleid of de verdeelregels.
- Een pensioenuitvoerder legt de risicohouding vast in twee maatstaven. Een maatstaf waarin tot uitdrukking komt welk risico een deelnemer maximaal wil lopen. Daarnaast wordt een maatstaf bepaald waarin de doelstelling voor het pensioen wordt vastgesteld.
- Ook in de uitkeringsfase moet een pensioenuitvoerder rekening houden met de risicohouding van de deelnemer. In de uitkeringsfase is de maatstaf vooral gericht op het risico op de lange termijn voor afwijking van het verwachte pensioen.
- Verzekeraars en premiepensioeninstellingen (PPI’s) kunnen op productniveau een risicohouding per leeftijdsgroep vaststellen en het onderzoek voor het strategisch beleggingsbeleid op productniveau uitvoeren. Dit is de prudent person-regel.
De collectieve solidariteitsreserve is maximaal 15% van het totale fondsvermogen bij een pensioenuitvoerder. Het meetmoment is op 31 december van ieder jaar. De solidariteitsreserve mag nooit negatief worden. De solidariteitsreserve kan ingezet worden voor de volgende doelen:
- de risicodeling tussen generaties;
- de hoogte van de pensioenuitkering stabiliseren; en
- het delen van het macro-langlevenrisico of het inflatierisico.
De afspraken over de solidariteitsreserve staan vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst en in het pensioenreglement. De afspraken gaan in ieder geval over onderstaande onderdelen:
- De manier waarop de solidariteitsreserve wordt gevuld.
- De manier waarop de solidariteitsreserve pensioenvermogens aanvult.
- De manier waarop de solidariteitsreserve deelt in de risico’s en rendementen.
- De gewenste en maximale grootte van de solidariteitsreserve.
- Het beleid bij een lege of volle solidariteitsreserve.
- De manier waarop de solidariteitsreserve zorgt voor stabiele pensioenen en de risico’s deelt tussen generaties.

De risicodelingsreserve geldt voor de flexibele premieregeling. De risicodelingsreserve is vergelijkbaar met de solidariteitsreserve. De volgende verschillen gelden:
- De risicodelingsreserve mag alleen met de premie worden gevuld.
- Sociale partners of de werkgever moeten aangeven wat zij willen bereiken met de risicodelingsreserve en wat de grootte is. De grootte is maximaal 15% van het totale vermogen.
- Ook moeten zij aangeven hoe de risicodelingsreserve werkt bij een vastgestelde uitkering of bij gebruikmaken van het shoprecht.