Alle pensioenuitvoerders moeten gebruikmaken van het projectierendement en de wettelijke parameters. De overheid bepaalt de parameters. DNB bepaalt de scenariosets.
Projectierendement
Het projectierendement heeft vijf doelen. Voor de eerste vier doelen moet de pensioenuitvoerder gebruikmaken van de scenariosets vanuit DNB. Voor het laatste doel moet de pensioenuitvoerder gebruikmaken van een wettelijk maximaal projectierendement.
De pensioenuitvoerder berekent de toekomstige pensioenuitkering met het projectierendement in drie scenario’s:
- een pessimistisch scenario;
- een verwacht scenario; en
- een optimistisch scenario.
Iedere pensioenregeling krijgt hetzelfde fiscale kader. De maximale premie wordt 30% van de pensioengrondslag. Het doel hiervan is dat iedere deelnemer 75% aan pensioen kan opbouwen in 40 jaren of 80% in 42 jaren. Stapt een werkgever over naar het nieuwe pensioenstelsel? Dan geldt het nieuwe fiscale kader vanaf de overstap.
Het kabinet zet de premiegrens van 30% vast in de wet. Van het einde van de transitiefase tot 1 januari 2037 wordt de premiegrens met 3%-punt verhoogd als er sprake is van een compensatieregeling. De premiegrens is dan 33% van de pensioengrondslag om hiermee deelnemers te kunnen compenseren voor de toekomstige gemiste pensioenopbouw. Die 33% is minus de reguliere premie voor ouderdomspensioen en partnerpensioen voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na de pensioendatum.
De premiegrens van 33% wijzigt alleen tijdens de compensatieperiode bij een wijziging in de scenariosets waardoor de premiegrens met meer dan 5%-punt zou wijzigen. Na 1 januari 2037 kan de premiegrens iedere 5 jaar wijzigen. Een wijziging moet 3 jaar van tevoren duidelijk zijn.
De sociale partners of een werkgever met alle werknemers samen maken een pensioendoelstelling. Met deze pensioendoelstelling berekent een pensioenuitvoerder de premie. Het doel van het nieuwe pensioenstelsel is dat iedere deelnemer een koopkrachtig pensioen ontvangt.
Pensioenuitvoerders moeten de risicohouding van deelnemers per leeftijdsgroep duidelijk maken in het nieuwe pensioencontract.
De hoogte van het projectierendement bepaalt de hoogte van de pensioenuitkering. Is het projectierendement hoog? Dan begint de pensioenuitkering hoog, maar is de kans op financiële tegenvallers groter. Is het projectierendement laag? Dan begint de pensioenuitkering laag, maar is de kans op een financiële meevaller groter. Het projectierendement mag niet hoger zijn dan het wettelijk maximale projectierendement. Ook moet het projectierendement passen bij de risicohouding.
Een deelnemer heeft onder andere de volgende keuzemogelijkheden in het nieuwe pensioenstelsel:
- bedrag ineens: maximaal 10% als van de waarde van het ouderdomspensioen op pensioeningangsdatum;
- hoog-laagpensioen;
- laag-hoog pensioen;
- vervroegde pensioeningang;
- uitstel pensioeningang; of
- uitruil op pensioendatum van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen of andersom.
Een deelnemer mag optie 1 niet combineren met optie 2 en optie 3.
